Wereldwijd komen er enorm veel soorten palmen voor. De meeste hiervan hebben veel warmte nodig om goed te groeien. Er zijn echter een aantal soorten uit de meer gematigde streken van onder andere Zuid Amerika, de Himalaya omgeving en zuidelijk Noord Amerika die veel meer kou aan kunnen. In de loop der jaren hebben een aantal soorten zich weten te bewijzen als redelijk tot goed winterhard in het Nederlandse klimaat. Houdt er echter rekening mee dat een winter zoals die van 2008-2009 in het binnenland voor de meeste soorten teveel van het goede is en de palm alleen met de nodige bescherming de winter door kan komen. Voor veel soorten is overigens niet vorst de grootste vijand maar onze natte winters. Bij ons is het in het algemeen gedurende een aantal maanden erg nat met relatief lage temperaturen. Dit afgewisseld met vaak kortstondige vorstperiodes maakt het voor de meeste palmen moeilijk. Gelukkig kunnen we met de juiste bescherming toch veel palmen goed de winter door krijgen.

Voor veel soorten is het verstandig de groeipunt zo droog mogelijk te houden. De palm creŽert als hij ouder wordt een stam waaruit de nieuwe bladeren groeien (de groeipunt). Gedurende de natte, lange winter kan er in deze groeipunt gemakkelijk schimmel en rotting ontstaan. Aangezien de basis van de groei daar plaats vindt is het gemakkelijk voor te stellen dat dit het einde van de palm kan betekenen.

Naast vocht van boven is ook vocht van onder een sluipend gevaar voor onze palmen. Door de langdurige nattigheid en de rustperiode waarin de De stam van onze Butia capitatapalm verkeerd kan er ook ondergrond gemakkelijk rotting plaatsvinden met hetzelfde gevolg. Belangrijk is het dus om de palm in een goed doorlatende, enigszins humusrijke grond te plaatsen. Voor een goede vochthuishouding kan hierdoor bijvoorbeeld zand of perliet gemengd worden. Nog beter is het om van deze goed doorlatende grond een verhoging te maken en hier de palm op te plaatsen. Met het bemesten van palmen dient men voorzichtig te zijn. Het beste kunnen koemestkorrels gebruikt worden en rond september/oktober is het raadzaam wat vinessekali rond de palm te strooien omdat kalium de weerstand verhoogd. Kijk uit met stikstofrijke meststoffen. Deze verhogen de groeisnelheid maar dit komt de winterhardheid niet ten goede.

Vorstbescherming kan bestaan uit vliesdoek, stro of rietmatten die om de palm heen gewikkeld worden. Voor sommige soorten is het echter ook nodig om bij te verwarmen. Dit kan uitstekend gedaan worden met de gangbare lichtslangen die overal te koop zijn in combinatie met de bovengenoemde vliesdoek, stro of rietmatten. Gebruik echter geen slangen op basis van LED lampen want deze zijn erg energie zuinig (heel goed uiteraard) maar voor onze toepassing is dit juist niet gewenst. Pak de palmen alleen in als het ook echt nodig is. Als er langdurig een isolatiedeken rond de palm aanwezig is zal juist vocht weer voor ellende kunnen zorgen. Gebruik voor diezelfde reden ook nooit plastic folie, of houdt in dan in ieder geval voldoende beluchtinggaten open.

De vorstbestendigheid die voor veel palmen gegeven wordt moet met een korreltje zout genomen worden. Dit is namelijk niet alleen afhankelijk van de palmsoort maar ook van de volgende factoren:

Duur van de vorst: Washingtonia robusta heeft al snel
vorstbescherming nodig Sommige palmen kunnen kortstondig aardig wat vorst verdragen maar langere koude waarbij ook overdag de temperatuur niet boven nul komt is een heel ander verhaal.

Vocht:De minimum temperatuur die op gegeven wordt is vaak onder droge omstandigheden. In onze natte winters is het vaak al eerder gebeurd met de palm.

Afkomst: Binnen bepaalde palmsoorten komen weer verschillende populaties voor. Een palm die ergens in de bergen staat op 2 km hoger zal koude bestendigere nakomelingen leveren dan eenzelfde soort die op zeeniveau staat.

Kweekmethode/locatie: Een warm en snel opgekweekte palm zal veel minder sterk zijn dan een palm die bijvoorbeeld in ons eigen klimaat is opgekweekt. Voordeel van opkweek in ons eigen klimaat is ook dat de zwakke exemplaren er al uitgefilterd zijn.

Natuurlijke variatie: Zelfs binnen de zaailingen van dezelfde moederplant kunnen grote verschillen zitten wat betreft toleranties.

Zomer: In het algemeen geldt dat hoe warmer en zonniger de zomer is hoe sterker de palm de winter in gaat. Voor sommige langzaam groeiende soorten is onze zomer te koud/kort om de palm te kunnen laten herstellen van eventuele winterschade zodat deze nog zwakker de volgende winter in gaat.

Leeftijd: In het algemeen kan gesteld worden dat hoe ouder de palm hoe sterker deze is.

Duur in de grond: Een pas aangeplante palm zal nog weinig wortels ontwikkeld hebben en daardoor ook niet op volle sterkte zijn. Het beste is dus om vroeg in het jaar nieuwe palmen te planten, maar dan nog zal de eerste winter de moeilijkste zijn.

Al met al zijn er toch nog heel wat soorten palmen die in ons kikkerlandje, al dan niet me wat bescherming, de winter kunnen doorstaan.

Droog houden
Sabal minor
Sabal palmetto Chamaerops humilis met uitgesproken waslaag Sabal x texensis
Sabal x riverside
Sabal mexicana
Trithrinax campestris
Trithrinax schizophylla
Brahea armata
Brahea vars (edulis, sp. super silver, dulcis)
Serenoa repens

Vorst bescherming
Phoenix canariensis
Nannorrhops ritchiana
Livistona chinensis
Parajubaea torallyi
Washingtonia robusta
Washingtonia filifera
Chamaedorea microspadix
Chamaedorea radicalis

Weinig aandacht nodig in de winter, alleen bij strenge of langdurige vorst beschermen Trachycarpes vars. (T.fortunei en de T. wagnerianus de meest bekende)
Jubaea chilensis
Rhapidophyllum histrix
Butia capitata
Butia eriospatha
Butia odorata
Chamaerops humilis