Algemeen
Het geslacht Hedychium is in 1783 benoemd door Johann Koenig en is gebaseerd op de sneeuwwitte, geurende bloemen van de H. coronarium. De naam Hedychium is dan ook samengesteld uit de twee Griekse woorden “hedys” (=zoet) en “chion” (=sneeuw). Het geslacht maakt onderdeel uit van de Onbekende Hedychium uit eigen tuin familie Zingiberaceae en telt ongeveer 50 soorten waarvan sommige nogal variabel zijn in uiterlijke verschijning. Daarnaast zijn er nog vele kweekvormen en hybriden waardoor de determinatie soms erg lastig kan zijn. Halverwege de 19de eeuw was de Hedychium een veel voorkomende plant in met name Engelse warme kassen. Toen het bestaan van broeikassen aan het begin van de 20ste eeuw sterk verminderde is de Hedychium een beetje uit het oog verloren geraakt, mede omdat er nog niet vanuit gegaan werd dat ze in Engeland ook buiten de kassen prima konden gedijen. Pas sinds 1982, toen het boek “A survey of cultivated Himalayan and Sino-Himalayan Hedychium species” van Tony Schiling uitkwam kreeg de Hedychium weer meer aandacht. De populariteit van deze exotische planten is in Nederland nog steeds beperkt maar in andere landen zoals Engeland, de Verenigde staten en Japan worden ze steeds vaker aangeplant en ook in Nederland lijkt de opmars nu begonnen. Verwacht wordt ook dat er steeds meer soorten en hybriden zullen komen die het hier goed kunnen doen.

Herkomst
Bijna alle van de ongeveer 50 hedychiumsoorten zijn afkomstig uit de warm gematigde en topische delen van Zuid-Oost Azië waaronder Zuid China, Thailand, Nepal en India. In dit gebied bestaan grote verschillen met betrekking tot leefgebied. Waar sommige soorten tot 3000 meter hoog in de Himalaya groeien zijn andere juist weer voorkomend in de echt tropische gebieden van onder andere Thailand waar ze vaak als epifyten groeien. Uiteraard bepaald de oorsprong de mate van geschiktheid voor ons klimaat. Naast de soorten uit zuidoost Azië is er nog één afkomstig uit Madagascar, namelijk de H. peregrinum.

Beschrijving
Alle Hedychiums groeien vanuit kruipende rhizomen waaruit snelgroeiende scheuten ontstaan . Deze scheuten zijn in feite schijnstammen, net als bij onder andere bananen en Canna’s. Een aangeplant exemplaar bestaande uit een enkele rhizoom zal binnen enkele jaren al gauw een flinke pol Hedychium rhizoom vormen. De hoogte varieert van ongeveer 60 cm tot 3 meter (H. “Elisabeth”, H. maximum en H. stenopetalum). Het blad is meest lancetvormig en kan in breedte flink verschillen. Vaak is het blad dun maar sommige soorten hebben een wat dikker vlezig blad zoals de H. gardnerianum. In het algemeen is het blad groen van kleur met soms een wasachtige grijze laag erover. Er zijn echter enkele soorten met bont blad zoals de H. greenii, waarvan de onderkant van het blad roodachtig is en de hybrides ‘Dr. Moy’ en 'Tahitian Flame’ welke beide bont blad hebben. De bloeiwijze van alle Hedychiums ontstaat aan het uiteinde van de schijnstammen. Bij de meeste soorten zullen er in ons klimaat in de tweede helft Hedychium pseudostammen van de zomer tot ver in het najaar groene aren uit de schijnstammen te voorschijn komen van waaruit de kortlevende bloemen komen. De bloemkleur is variabel, tussen wit, geel en oranje met vaak afwijkende meeldraden. Daarnaast varieert ook de grootte van de bloemen en de openheid van de bloemkegel er soort. Een flink aantal soorten zal tijdens de bloei ook een heerlijke geur afstaan, zoals de H. spicatum, H. coronarium en de H. flavescens. Een enkele bloem bloeit hooguit enkele dagen maar wordt continu opgevolgd door nieuwe.

Winterhardheid
De winterhardheid binnen het geslacht Hedychium is erg variabel, uiteraard is dit afhankelijk van de oorsprong van de soort. De soorten die hoog uit de Himalaya komen, zoals de H. densiflorum en H. spicatum zijn de meest winterharde maar zullen altijd bovengronds afsterven. Soorten uit de warmere streken kunnen binnen overwinteren waarbij ze in het algemeen groen blijven maar het is ook prima mogelijk om ze bovengronds te laten afsterven door plaatsing in de volle grond, denk hierbij aan soorten als de H. coronarium en de H. gardnerianum. Bij vorst zullen in principe alle Hedychiums bovengronds afsterven maar van de sterkere soorten zullen de rhizomen ondergronds overleven en in het voorjaar weer uitlopen. Dit alles is wel afhankelijk van de bodemgesteldheid en als gevolg daarvan de vochtigheid. Mocht dit niet goed zijn dan is het zeker mogelijk dat de rhizomen in de winter wegrotten. Zorg dus altijd voor een goed doorlaten, humusrijke grond. Het afdekken van de plant in het najaar is ook geen overbodige luxe, zeker voor de wat gevoeligere soorten. Zelf gebruik ik altijd de afgeknipte bladstelen en blad om de plant af te dekken, eventueel met wat extra stro. Hier overheen gaat dan een stukje bouwzeil om het meeste hemelwater te weren. Naast de winterharde soorten zijn er ook nog veel mooie soorten welke prima als kuipplant gehouden kunnen worden.

Verzorging
De meeste Hedychiums kunnen in Nederland het beste op een zonnige standplaats staan. Er zijn echter enkele soorten die wat meer schaduw prefereren zoals H. densiflorum, H.spicatum, H. forrestii en H. coccineum. Voor alle soorten geld dat een humusrijke, goed doorlatende grond en veel water Hedychium in habitat in combinatie met de juiste standplaats de belangrijkste elementen zijn voor een uitbundige groei en bloei. Mijn voorkeur heeft het om als soorten in de volle grond kunnen overwinteren, dit ook te doen. Op deze manier onstaat er veel eerder een mooie grote pol. Hoewel, veel Hedychiums vrij veel warmte nodig hebben om uit hun winterslaap te ontwaken, boek ik toch veel betere resultaten met overwinteren in de volle grond. Ik vergelijk dit dan wel met knollen die ik schoongemaakt en droog overwinter. Mogelijk dat het uitspitten en met wortels en al in een pot binnen zetten betere resultaten geeft. Schoongemaakt knollen hebben bij mij nog nooit het eerste jaar gebloeid!

In het voorjaar, als er niet direct meer kans is op nachtvocht wordt de mulchlaag weggehaald en de plant voorzien van bijvoorbeeld koemest. Eventueel kan er een stuk doorzichtig folie over de nog kale plant geplaatst worden. Hierdoor warmt de grond wat sneller op zodat de plant eerder zal ontwaken. Let er hierbij wel op dat een late nachtvorst nog schade kan aanrichten. In de zomer mest ik meestal nog een keer bij. Afhankelijk van de omstandigheden en de soort zal de groei in mei langzaam op gang komen gevolgd door een explosieve groei in juni en juli. De bloeitijd is variabel per soort. Waar de H. spicatum soms in juli al bloeit zullen vele andere pas in de 2de helft van augustus tot ver in het najaar gaan bloeien.

Persoonlijk heb ik nog weinig ervaring met Hedychiums op potcultuur maar in 2011 ga ik daar voor het eerst mee beginnen met onder andere de grote soorten H. “Elisabeth” en H. stenopetalum. Beide zal ik in ruime potten (speciekuipen?) plaatsen in kwalitatief goede potgrond. S’winters zullen deze in de vorstvrije kas, of de garage bij een graad of 10 overwinteren. Verzorging in potten is in principe gelijk aan de volle grond maar veel water is hier nog belangrijker. Zoals eerder reed genoemd zullen sommige soorten bovengronds afsterven terwijl andere groen blijven. Let er bij de groenblijvende op dat de zon in het voorjaar voor bladverbranding kan zorgen dus langzaam laten wennen, eerst in de schaduw en dan langzaam steeds meer zon.

Vermeerdering
Hedychium zaden Vermeerdering kan uit zaad, maar er zijn maar weinig soorten die in Nederland daadwerkelijk zaad vormen. Een makkelijkere manier is het delen van de rhizomen. Dit kan het beste gebeuren door de rhizomen in het voorjaar of najaar uit te graven en schoon te maken. Vervolgens, bij voorkeur op de smalste delen, met een mes stukken afsnijden waarbij elk deel minimaal één groeipunt heeft.

Soorten

H. coccineum
De H. coccineum is een zeer variabele soort (zie ook hieronder) afkomstig uit de Indiase en Nepalese Himalaya en Bangladesh. De hoogte kan zo’n 2 meter bedragen en als basis hiervoor dienen de robuste pseudostammen. De bladeren zijn vrij lang en smal en de bloei, welke plaatsvindt tussen augustus en oktober, is variabel, vaak oranje-rood. De beste standplaats is in de zon of halfschaduw. Het is een brouwbare, winterharde soort tot ongeveer -18°C maar dit is wel afhankelijk van de variëteit.

H. coccineum vars.
Hedychium coccineum Tara Van de H. coccineum bestaan enkele variëteiten. De “aurantiacum maakt slanke, hoge pseudostammen van maximaal 2.5 meter. De bloeiwijze is vrij open en fel oranje rood van kleur. De bladeren zijn nog smaller dan die van de gewone coccineum en hebben een opvallend paarse bladschede. De var. augustifolium is nauw verwant aan de var. aurantiacum maar heeft een wat vollere bloeiwijze.

H. coronarium
Hedychium coronarium De H. coronarium komt van oorsprong voor in delen van de Himalaya, onder andere in Noord India en Nepal. De soort wordt bij ons zo’n 180 cm groot maar kan in ideale gevallen ruim 2 meter worden. De grote witte bloemen behoren tot de sterkst geurende binnen het geslacht, dit uit zich vooral in de avond. De bloei is in het algemeen vrij vroeg en is ook erg betrouwbaar. Het is een snelle groeier die ondergronds grote dikke rhizomen aanmaakt. Bij voorkeur plaatsen op een plek in de volle zon of eventueel een beetje schaduw. De winterhardheid is in het algemeen erg goed, waarbij een droge plek wel weer aan te raden is. Buiten zal de H. coronarium bovengronds afsterven maar als kuipplant is het goed mogelijk om het groen intact te houden door de temperatuur niet te ver te laten dalen. Ook van deze soort bestaan er weer enkele variëteiten zoals de var. “Pink” met roze bloemen en de var. maximum die duidelijk wat groter wordt dan de gewone vorm.

H. densiflorum
Deze kleinere soort, tot zo’n 80-100 cm, behoort tot één van de meest winterharde. Van nature komt deze voor op hoogtes van 2000-2750 meer in onder andere Nepal en India. Vanwege de hoge ligging houdt de densiflorum ook niet van te hoge temperaturen en heeft bovendien de voorkeur voor een plek in de schaduw of eventueel half schaduw. De bloeiwijze bestaat uit dichte trossen van kleine oranje tot goud gele bloemen. De geur van de bloemen is erg variabel, afhankelijk van de afkomst. Ook dit is onder de juiste omstandigheden weer een snelle groeier die vlot dichte pollen vormt. Van de densiflorum bestaan meerdere variëteiten waar in het algemeen makkelijker aan te komen is dan de gewone vorm.

H. densiflorum vars.
De bekendste twee variëteiten zijn ongetwijfeld de “Assam Orange” en de “Stephen”. Wat betreft de grootte van deze soorten kom ik veel tegenstrijdigheden Hedychium densiflorum Stephen tegen maar waarschijnlijk wordt de “Assam Orange” ongeveer net zo groot als de gewone vorm terwijl de “Stephen” duidelijk een slag groter wordt. De “Assam Orange” is in 1938 ontdekt op 2000 meter hoogte in Noord-Oost India en is in 1974 in Engeland bekroond met een Horticultural Award of Merit nadat gebleken was dat deze vorm prima buiten gehouden kon worden. Dit was eigenlijk het begin van de opmars van de Hedychiums. De bloemtrossen zijn weer erg vol en de kleur van de bloemen is diep oranje. De grotere “Stephen” maakt juist bloemtrossen aan die meer open zijn en perzik-achtig van kleur. De plant is ontdekt in 1966 op 2700 meter hoogte in Oost Nepal. Beide varianten zijn wat betreft de winterhardheid vergelijkbaar met de gewone vorm.

H. flavescens
Deze soort komt uit de gematigd warme streken van Zuid-Oost Azië en groeit daar op een hoogte van 500-800 meter in de vochtige bossen. Van oorsprong Hedychium flavescens is het dan ook een soort die graag wat lichte schaduw heeft maar in ons klimaat is een meer zonnige plek waarschijnlijk beter. Als het al lukt om de H. flavescens in bloei te krijgen dan is dit waarschijnlijk pas in november, door een meer zonnige plek zal mogelijk de bloei wat naar voren geschoven worden. Ondanks dat deze soort uit wat warme streken komt is de winterhardheid redelijk, maar de bloei is dus, zeker in de volle grond, erg onbetrouwbaar. Wellicht is dit dus één van de soorten die beter in een grote kuip gehouden kan worden. Hierdoor kan er gekozen worden om de plant bovengronds te laten afsterven (vorst erover heen) of om hem groen te houden (gematigd warm wegzetten) zodat deze het jaar daarop een goede start heeft en mogelijk beter tot bloei komt. De schijnstammen van deze soort worden maximaal 2.5 meter hoog en maakt relatief kleine bloemtrossen aan met vrij grote, lichte bloemen.

H. forrestii
De Hedychium forrestii behoort tot de grotere soorten die gemakkelijk 2 meter hoog kan worden en soms zelfs meer dan 2.5 meter. Ook de forrestii komt van oorspong voor in gematigd warme streken op relatief lage hoogtes van 200-900 meter en het is dan ook vrij verrassend dat deze soort tot één van de meest winterharde behoort. De soort maakt dikke pseudostammen aan met glanzend, dikke bladeren. De bloei is niet één van de meest uitgesproken, wit van kleur. De bloei vindt onder gunstige omstandigheden plaats vanaf augustus en gaat normaal gesproken door tot ver in het najaar waarna er ook nog eens aantrekkelijke oranje/rode zaaddozen gevormd worden. Een zonnige tot licht beschaduwde standplaats is ook voor deze soort weer het beste en in combinatie met voldoende vocht en voeding kan de plant dus tot een flink formaat uitgroeien. Wat mij betreft dus een echte topper die een geweldige exotische boost geeft in de tuin.

H. gardnerianum
Hedychium gardnerianum De H. gardnerianum is waarschijnlijk de bekendste soort bij ons hoewel de winterhardheid matig is. De soort wordt maximaal 150-180 cm hoog en heeft vrij veel warmte nodig om goed te groeien. Ook komen ze pas laat in het jaar uit de winterrust, meestel in juni of soms zelfs juli. Zodoende is de gardnerianum ook beter als kuipplant te houden. Door hem dan bovengronds niet te laten afvriezen zal de plant het volgende jaar veel sneller een mooie pol vormen en gaan bloeien. De grote bloemtros, die zeker veel aandacht zal trekken, wordt in het algemeen 25-30 cm lang (soms zelfs 40) en bestaat uit gele bloemen met opvallend rode meeldraden. Met name in de avond is dit een heerlijk geurende gember.

H. greenii
Binnen het geslacht Hedychium is de greenii een unieke verschijning door zijn tweekleurige blad. De bovenkant is gewoon groen van kleur maar de onderzijde van de bladeren is rood/paars en dit geldt ook v oor de pseudostammen. Alleen hierdoor al heeft deze soort een erg hoge sierwaarde, Hedychium greenii ondanks de beperkt hoogte van ongeveer 100 cm. De bloei is in ons klimaat niet altijd even betrouwbaar en zal als het al lukt pas laat in het jaar plaatsvinden. De grote fel rood/oranje bloemen, die meestel met 2 tot 5 tegelijk opkomen, geuren niet. Na de bloei kunnen er broedknollletjes verschijnen aan de uitgebloeide stengels welke verwijderd kunnen worden en tot nieuwe planten kunnen worden opgekweekt. Dit is de beste manier van reproductie van deze soort aangezien de rhizomen niet erg snel toenemen. De greenii is een echte water liefhebber en kan het beste geplaatst worden op een beschutte plek in de halfschaduw. De winterhardheid is in het algemeen goed, eventueel weer met een beetje bescherming.

H. spicatum
Hedychium spicatum De Hedychium spicatum is, samen met de densiflorum, de hardste soort die er is. In de oostelijke dele van de Himalaya komt deze4 soort op uitgebreide schaal voor tussen hoogtes van 1200 en 2900 meter. He t is een kleine soort die meestal niet veel hoger wordt dan ongeveer 100 cm. De bladeren zijn vrij smal en enigszins glanzend . Het is een vroeg bloeiende soort die al vanaf juli kan de bloeien. De bloemtrossen zijn open van structuur en bestaan uit opvallend wit/gele bloemen met een vleugje oranje. Na de bloei worden er, in tegenstelling tot de meeste andere Hedychiums, zaaddozen gevormd die vaak kiemkrachtige zaden leveren. De spicatum is niet de meest in het oog springende gember maar door de erg goede winterhardheid en vroege bloei kan het toch een belangrijke aanwinst zijn in de exotische tuin.

H. stenopetalum
Dit is de grootste onder de Hedychiums en kan volgens sommige bronnen maximaal 360 cm hoog worden. Uiteraard zal dit bij ons zelden of niet gehaald worden. De soort is afkomstig uit de Indiase Himalaya. Over de winterhardheid is nog niet zo heel veel bekend maar momenteel lijkt het de beste keuze om deze soort als kuipplant te houden of, indien in de volle grond aangeplant, voor de winter uit te graven. De plant maakt grote, donkere bladeren aan en als het lukt om hem in bloei te krijgen dan verschijnen er tot 45 cm grote bloemtrossen. Ook deze soort maakt weer trossen aan die open zijn van structur, in dit geval met spierwitte bloemen. Waarschijnlijk is de kans op bloei het grootst als de plant als kuipplant wordt behandeld waarbij een ruime kuip, voedzame grond en veel water weer een must zijn voor een goede ontwikkeling.

H. “Dr. Moy”
Deze bijzondere cultivar is één van de weinige Hedychiums met bont gekleurd blad. Het is een kruising tussen de H. flavum en de H. coccineum en wordt Hedychium dr moy maximaal ongeveer 100 cm hoog. De bladeren die dicht bij elkaar op de pseudostam staan zijn frisgroen en zijn voorzien van witte strepen. Het is een uitbundige bloeier, in het algemeen beginnend in augustus. De bloemen zijn relatief groot, perzik-kleurig en ruiken heerlijk. Deze soort heeft het liefst een standplaats in de volle zon of halfschaduw en is behoorlijk winterhard. Een erg mooie soort die zich vooral vanwege het bonte blad onderscheidt van de overige Hedychiums.

H. “Elisabeth”
Hedychium elizabeth De Hedychium “Elisabeth” is een imposante soort die zeker 2 meter hoog kan worden en volgens sommige bronnen zelfs richting drie meter. De pseudostammen groeien erg rechtop en produceren vanaf augustus/september mooie roze gekleurde bloemen die een heerlijke geur verspreiden. De bloei is niet altijd even betrouwbaar, een goede zomer en een warme herfst zijn hiervoor vaak nodig. Hoewel de winterhardheid redelijk is kan het toch verstandiger zijn deze soort als kuipplant te behandelen om de bloei te bevorderen.