Caesalpinia gilliesii
De Caesalipinia gilliesii is een tropische of subtropische struik (tot 3 meter) die van oorsprong in Zuid Amerika voorkomt. Bij ons kunnen ze op een beschutte, zonnige plek in de volle grond aangeplant worden maar de winterhardheid is matig tot ongeveer -6įC. Beschemring is dus zeker gewenst. Hoewel ze in de volle grond groter worden is het wellicht veiliger om ze als kuipplant te houden. Bij temperaturen van 5 tot 10 graden zal het blad behouden blijven en moet dus op een lichte plaats overwinterd worden, als het blad afvalt voldoet een donkere plaats ook prima. Voordat de plant in overwintering gaat mag deze gerust een flink stuk worden terug gesnoeid. Het fraaie blad is net als die van de Albizia dubbel geveerd en vouwt zich sínachts ook samen. De gele bloemen met rode meeldraden hebben een zeer tropische uitstraling. Voor een rijkelijke bloei is een zonnige standplaats vereist evenals veel water en voldoende bemesten.

Callistemon rigidus
Callistemon soorten komen oorspronkelijk uit AustraliŽ en TasmaniŽ. Er zijn een flink aantal soorten waarvan de rigidus het meest geschikt is voor ons klimaat. De C. rigidus is een wintergroene struik tot een hoogte van ongeveer 1 meter, die lange en wat neerhangende takken maakt. De fijne Callistemon rigidus blaadjes in combinatie met de felrode bloemen geven een mooi exotisch effect. Een standplaats in de volle zin in een neutrale tot licht zure grond is het meest ideaal. Turfmolm gemengd met wat zand en compost is een goede combinatie voor deze mooie struik. Snoeien kan het beste vlak na de bloei gebeuren waarbij de takken tot net onder de bloei worden teruggesnoeid. Síwinters heeft de plant niet veel aandacht nodig, bij temperaturen onder de -10įC is het raadzaam om te beschermen met mulch en eventueel vliesdoek. Bij ons hebben 3 exemplaren de winter van 2008/2009 zonder schade overleefd, belangrijk hierbij is wel dat het om de echte C. rigidus gaat. Er zijn namelijk veel kruisingen op de markt die minder winterhard zijn.

Campsis radicans
De Campsis radicans in een forse, stevige klimplant afkomstig uit de Verenigde Staten. Ondanks dat ze veel warmte nodig hebben om goed te groeien Campsis radicans en te bloeien zijn ze behoorlijk winterhard. Bij voorkeur plaatsen op een beschutte, zeer zonnige plek waarbij de grondsoort van ondergeschikt belang is. Bij strenge vorst kunnen de takken soms invriezen. De plant hecht zich vast door middel van hechwortels, jonge ranken kunnen hierbij het beste een beetje geholpen worden. De oranje/rode bloemen (er bestaan tegenwoordig ook cultivars met o.a. gele bloemen) zijn trompetvormig en verschijnen doorgaans vanaf juli. In het vroege voorjaar kan snoei plaatsvinden. Ingevroren delen worden hierbij weggehaald en de hoofdtakken kunnen ingekort worden. De zijtakken worden teruggesnoeid tot 2 a 3 knoppen vanaf de hoofdtak om de bloei te bevorderen.

Canna
Canna is een vaste plant, die zich gemakkelijk met rhizomen voortplant. De plant groeit zowel in de volle grond als in een ruime pot of kuip. Als tuingrond wordt humusrijke grond gebruikt vermengd met wat zand en een ruime hoeveelheid organische stalmest. Canna moet de hele zomer rijkelijk met water worden begoten. Een plaats in de volle zon is een absolute voorwaarde voor een rijke bloei. Er zijn enrom veel varianten die zowel in bladkleur, van dieprood, groen en gestreept variŽren als in bloemkleur en grootte. Ook de hoogte verschilt enorm. Terwijl sommige varianten niet groter worden dan zo'n 50 cm, wordt de musafolia 3 meter hoog. Het zijn snelle groeiers die in de winter bovengronds afsterven. In enkele maanden wordt dus de maximale hoogte bereikt. De knollen worden in het najaar uitgegraven om ze droog op te bergen en in het voorjaar weer op te potten. Als er geen kans meer is op nachtvorst kunnen ze de volle grond in.

Crinum powellii
Een zonminnend bolgewas met lelieachtige, meest roze bloemen op en vrij hoge stengel. De winterhardheid is matig, in geval van erge koude de bol afdekken met een mulchlaag. Uitgraven in het najaar kan natuurlijk ook. Let er op dat bij het terugplaatsen de bovenzijde van de bol zichtbaar moet blijven. In de zomer verlangt de C. powelli vrij veel water. Op den duur kan een flinke pol gevormd worden waaruit dan meerder bloemstengels steken. Bij ons in de winter van 2008-2009 hebben meerder exemplaren met wat mulch geen enkele problemen ondervonden.

Dianella tasmanica
Dianelle tasmanica Zoals de naam al doet vermoeden is deze groenblijvende plant afkomstig uit TasmaniŽ. Met een plaats in de halfschaduw en redelijk wat vocht is de D. tasmanica al snel tevreden. De berichten over winterhardheid zijn wisselend maar in onze tuin in de winter van 2008-2009 geen enkele schade. De plant maakt langen naar beneden gebogen bladeren aan en in de vroege zomer verschijnen de paars/blauwe bloemen in vertakte pluimen die tot 1 meter hoogte kunnen uitgroeien. Na de bloei kan nog lang genoten worden van de diepblauwe bessen.

Dicksonia antactica
De Dicksonia Antarctica is ook een echte blikvanger. Deze behoorlijk vorstbestendige (onbeschermd ongeveer tot -10įC) boomvaren is afkomstig uit het zuid oosten van AustraliŽ en Dicksonia antarctica wordt daar soms kortstondig blootgesteld aan vriestemperaturen. Het blad sterft echter al veel eerder af dus bescherming met stro en/of vliesdoek is geen overbodige luxe. Hoewel de bladeren snel kunnen groeien gaat de stam slechts zeer langzaam de hoogte in. Helaas zijn daardoor de grote exemplaren erg duur. De stam bestaat eigenlijk uit de restanten van bladstelen en wortels. Vaak worden boomvarens ďbare rootedĒ verkocht om de prijs te drukken. Men koopt dan alleen een stam, zonder zichtbare wortels en kruin. Normaal gesproken is het geen probleem om deze stammen echt aan het wortelen en groeien te krijgen. Een vochtige halfschaduw plaats is in ons klimaat het beste en met name in de zomermaanden is het belangrijk dat de stam nat gehouden wordt.